De Troubadour
Een troubadour was in de 12e en 13e eeuw een dichter annex muzikant in Frankrijk . Ze traden op voor rijke kasteelheren, maar ook op de straat voor het gewone publiek. Iedereen die hem wilde horen bleef even staan luisteren naar de verhalen die hij had te vertellen.
Troubadours waren geboren reizigers die stad en land afliepen om hun liederen, gedichten en verhalen ten gehore te brengen. Ze waren erg geliefd bij het publiek, alle mensen wilden weten hoe het er aan toe ging aan de andere kant van het land. Ook de (liefdes)liedjes lagen altijd goed in de smaak.
Een troubadour had destijds een hoog aanzien, vanwege hun wereldlijkheid, hun hoge muzikale niveau en hun dichterlijke romantiek. Ze hebben veel van hun liedjes opgeschreven (wat uniek was in die tijd) zodat wij, 800-900 jaar na dato, sommige teksten en melodieen nog kunnen achterhalen. Troubadours staan aan het begin van de traditie om verhalen en liederen op te schrijven. Ze waren veelal geschoolde mensen die konden lezen en schrijven. Wat normaliter was voorbehouden aan de adel.
In heel Europa waren vergelijkbare beroepen te vinden. In Nederland bijvoorbeeld de minstreel en in Duitsland de Minnesanger.